ECLI:NL:CRVB:2007:BC0874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking bijzondere bijstand wegens niet-melding civiele schadevergoeding
Appellanten moesten hun woning in de gemeente Gulpen-Wittem ontruimen en vroegen bijzondere bijstand aan voor extra woonkosten, opslagkosten en telefoonkosten. Het College kende een woonkostentoeslag toe, maar wees andere kosten af. Na bezwaar werd een deel van de bijstand alsnog toegekend. Later trok het Algemeen Bestuur het besluit van het College in en vorderde terugbetaling, omdat appellanten niet hadden gemeld dat zij een civiele procedure tot schadevergoeding tegen hun advocaat hadden lopen en voorschotten ontvingen.
De Raad oordeelde dat het Algemeen Bestuur onbevoegd was het besluit in te trekken, omdat de colleges van burgemeester en wethouders nog niet aan de gemeenschappelijke regeling deelnamen. Dit bevoegdheidsgebrek werd niet geheeld door latere besluiten. De Raad vernietigde daarom het intrekkingsbesluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand vanwege de schending van de inlichtingenplicht door appellanten.
De Raad overwoog verder dat de schadevergoeding die appellanten ontvingen, inclusief voorschotten, de extra woonkosten dekte waarvoor zij bijstand vroegen. Daarom bestond geen recht op bijzondere bijstand voor woonkosten. Voor opslagkosten werd slechts een bedrag toegekend waarvoor een factuur was overlegd. Telefoonkosten werden als normale kosten van het bestaan beschouwd en niet als bijzondere bijstand toegekend. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde het Algemeen Bestuur in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 4 augustus 2005 tot intrekking van bijzondere bijstand wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de terugvordering blijft gehandhaafd vanwege schending van de inlichtingenplicht.