ECLI:NL:CRVB:2008:BD1011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-feitelijke bewoning
Appellante ontving bijstand vanaf maart 2003 en gaf op dat zij woonde op een bepaald adres. Na een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, naar aanleiding van een melding van verhuurders dat zij niet op het opgegeven adres verbleef, besloot het Algemeen Bestuur de bijstand over de periode mei 2003 tot juni 2004 in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen dit laatste. De Raad oordeelde dat het Algemeen Bestuur niet bevoegd was het besluit te nemen, maar het College van burgemeester en wethouders wel.
De Raad stelde vast dat de verklaring van een getuige, die de basis vormde voor het besluit, onvoldoende betrouwbaar was vanwege taalbarrières en mogelijke beïnvloeding. Ook waren er onvoldoende aanwijzingen dat appellante niet op het adres woonde. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand hield en herroept het besluit van 8 oktober 2004. Het Algemeen Bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van niet-feitelijke bewoning.