ECLI:NL:CRVB:2007:BC1266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- J. Brand
- A.C. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van bezwaar bij toekenning WAO-uitkering
Appellant kreeg een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Werkgever maakte bezwaar tegen deze toekenning en stelde dat appellant recht had op een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Na een procedure bij de rechtbank werd het bezwaar van werkgever gegrond verklaard en werd een nieuw besluit genomen waarbij appellant een uitkering kreeg toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.
Appellant stelde vervolgens beroep in tegen dit nieuwe besluit, stellende recht te hebben op een uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De Centrale Raad overwoog dat op grond van artikel 6:13 Awb Pro een beroep niet-ontvankelijk is als de belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt en dit hem redelijkerwijs verweten kan worden. Omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het besluit, was het beroep ten onrechte ontvangen door de rechtbank.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk. Er werd geen aanleiding gezien tot een proceskostenveroordeling. Hiermee werd bevestigd dat het indienen van bezwaar een noodzakelijke voorwaarde is voor ontvankelijkheid van het beroep in deze bestuursrechtelijke procedure.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar.