ECLI:NL:CRVB:2007:BC1456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing maatmanwijziging Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe bekwaamheden
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar maatman en maatmaninkomen in het kader van haar Wajong-uitkering. Zij betoogde dat zij sinds haar indiensttreding bij haar werkgever haar werkzaamheden en salaris heeft uitgebreid, waardoor een wijziging van de maatman gerechtvaardigd zou zijn. Het UWV heeft dit bezwaar afgewezen en de rechtbank heeft dit oordeel bevestigd.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij door het volgen van cursussen en het uitbreiden van haar werkzaamheden feitelijk nieuwe bekwaamheden heeft verkregen, wat een maatmanwijziging zou rechtvaardigen. De Raad overweegt dat het op peil houden en actualiseren van kennis niet gelijkstaat aan het verkrijgen van nieuwe bekwaamheden. De bekwaamheden waarmee appellante bij aanvang van haar dienstverband beschikte, waren toereikend om haar functie op een hoger niveau te brengen.
De Raad wijst het beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak. Tevens wordt geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt dat de wetgever in artikel 8, tweede lid, van de Wajong de mogelijkheid tot maatmanwijziging beperkt tot situaties waarin daadwerkelijk nieuwe bekwaamheden zijn verkregen, wat hier niet het geval is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de maatmanwijziging wordt niet toegewezen.