ECLI:NL:CRVB:2007:BC1726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en actualiteit van geduide functies
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene. Betrokkene ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 25 en 35%. De rechtbank had eerdere besluiten vernietigd en een nieuwe beoordeling bevolen, waarbij zij zelf de mate van arbeidsongeschiktheid per 12 september 2002 op 80 tot 100% had vastgesteld.
De Raad stelt dat de rechtbank niet met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb haar uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit had mogen stellen zonder dat duidelijk was welk besluit genomen moest worden. Daarom vernietigt de Raad zowel de uitspraak van de rechtbank als het daarop gebaseerde besluit van 28 oktober 2005. De Raad beveelt dat appellant een nieuw besluit op bezwaar neemt, waarbij niet alleen de actualiteit van de geduide functies moet worden onderzocht, maar ook rekening moet worden gehouden met eerdere vaststellingen en relevante jurisprudentie.
De Raad veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in beroep en hoger beroep, en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt de procedure terugverwezen voor nadere besluitvorming met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak en jurisprudentie.