ECLI:NL:CRVB:2008:BC1213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid medische beperkingen bij Wajong- en WAO-uitkering
Betrokkene, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich arbeidsongeschikt per 18 mei 2001. Het UWV weigerde uitkeringen op grond van de Wajong en WAO, omdat betrokkene minder dan de vereiste mate van arbeidsongeschiktheid zou hebben. De rechtbank verklaarde deze besluiten ongegrond en vernietigde ze.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het vooronderzoek niet volledig was en benoemde de zenuwarts Kemperman als deskundige. Deze concludeerde dat betrokkene een persoonlijkheidsstoornis en psychosomatische klachten heeft die leiden tot beperkingen, met een gelijkblijvend psychiatrisch beeld op de relevante data.
De Raad achtte het rapport van Kemperman zorgvuldig en overtuigend, en volgde het oordeel van de rechtbank niet dat de medische beperkingen onvoldoende waren vastgesteld. De Raad oordeelde dat de medische grondslag van de besluiten op goede gronden berust en dat de arbeidskundige beperkingen niet voldoende waren onderbouwd om de uitkeringen te weigeren.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.