ECLI:NL:CRVB:2008:BC1224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk en passende functies
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens rugklachten en was laatstelijk voor 80% arbeidsongeschikt verklaard. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport werd de mate van arbeidsongeschiktheid in 2004 herzien naar 55-65%, met een latere intrekking van de uitkering per 2 december 2004 omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen functie als verzekeringsconsulent.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat zijn beperkingen onderschat waren en dat hij niet geschikt was voor de geduide functies. Hij overlegde een medisch rapport van een Duitse specialist en verzocht om een expertise. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV voldoende waren en dat de brief van de Duitse arts en operatie niet tot een andere conclusie leiden.
De Raad stelde echter vast dat het besluit tot herziening per 3 juni 2004 onvoldoende gemotiveerd was, met name ten aanzien van de belastbaarheid voor trappenlopen in de geduide functies. Daarom werd dit besluit vernietigd en moest het UWV een nieuw besluit nemen. De intrekking van de WAO-uitkering per 2 december 2004 werd bevestigd omdat appellant toen geschikt was voor zijn eigen werk.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 januari 2008.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering per 3 juni 2004 wordt vernietigd, de intrekking per 2 december 2004 wordt bevestigd.