ECLI:NL:CRVB:2008:BC1968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering op grond van arbeidskundige beoordeling met CBBS
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het bezwaar van betrokkene tegen een herziening van zijn WAO-uitkering gegrond verklaarde en het bestreden besluit vernietigde vanwege onvoldoende transparantie en toetsbaarheid van de gebruikte arbeidskundige beoordeling met het CBBS.
De rechtbank had geoordeeld dat ondanks aanpassingen in het CBBS niet alle onvolkomenheden waren opgeheven, waardoor het bestreden besluit niet voldeed aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht. Appellant betoogde dat de aanpassingen voldoende waren en dat de beoordeling wel degelijk toetsbaar en inzichtelijk was.
De Raad stelt vast dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en richt zich op de arbeidskundige beoordeling. Uit eerdere uitspraken volgt dat het aangepaste CBBS-systeem aan de gestelde eisen voldoet mits signaleringen adequaat worden toegelicht. De Raad oordeelt dat de rapporten een toereikende basis bieden en dat de herziening van de WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% terecht is.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank Breda voor zover aangevochten en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.