ECLI:NL:CRVB:2008:BC2435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling anticumulatie en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving sinds 1986 een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO) met een mate van 80% of meer. Het UWV ontdekte dat appellant werkzaamheden als zelfstandige verrichtte en inkomsten genoot zonder dit te melden. Hierdoor werd een anticumulatiebesluit genomen en een terugvordering ingesteld voor de periode 1992-1998.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek van het UWV onzorgvuldig was en dat de rechtsvordering tot terugvordering was verjaard. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, aansluitend bij eerdere overwegingen van de voorzieningenrechter, en dat de verjaringstermijn niet was verstreken omdat het UWV pas in december 2003 duidelijk werd dat onverschuldigde betalingen waren gedaan.
Het hoger beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, terwijl het beroep tegen het tweede besluit ongegrond werd verklaard. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.