ECLI:NL:CRVB:2008:BC2818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt ontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar
Appellant, een ambtenaar werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten, werd geschorst en ontslagen wegens plichtsverzuim nadat hij bijna zes weken zonder bericht afwezig was geweest en zijn verblijfplaats onbekend was. Dit plichtsverzuim werd aangemerkt als ernstig, mede omdat appellant zich onttrok aan een politioneel onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het ontslagbesluit. Appellant werd echter vrijgesproken van het ten laste gelegde zedenmisdrijf.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het plichtsverzuim appellant weliswaar kan worden toegerekend, maar dat het ontslag als zwaarste disciplinaire straf niet gerechtvaardigd is. De Raad weegt mee dat appellant overhaast naar Indonesië vertrok onder invloed van de emotionele druk van de beschuldiging en dat hij na terugkeer vrijwillig meewerkte. Ook zijn lange staat van dienst en het ontbreken van aanwijzingen voor herhaling spelen een rol.
De Raad vernietigt daarom het ontslagbesluit en de aangevallen uitspraak, en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.