ECLI:NL:CRVB:2008:BC2844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens niet-geregistreerd verzekeringsarts onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken per 5 september 2003, omdat zij volgens het UWV met gangbare arbeid hetzelfde loon kon verdienen als haar eerdere functie als schoonmaakster. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek voorafgaand aan het besluit niet was uitgevoerd door een geregistreerd verzekeringsarts.
De Raad overwoog dat een onderzoek door een niet-geregistreerde arts niet dezelfde waarde heeft als een onderzoek door een geregistreerde verzekeringsarts, omdat registratie borg staat voor kwaliteit. Dit gebrek kan in bezwaar worden hersteld door een beoordeling door een geregistreerde arts, maar in deze zaak was dat niet gebeurd. De bezwaarverzekeringsarts had geen eigen onderzoek verricht en was niet aanwezig bij de hoorzitting. De medische informatie was gebaseerd op dossieronderzoek en huisartsinformatie.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het besluit niet op juiste wijze tot stand is gekomen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank kon daarom niet in stand blijven. De Raad vernietigde het besluit van 24 december 2004 en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.