ECLI:NL:CRVB:2008:BC3277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op vervolguitkering op grond van overgangsrecht na eervol ontslag militaire dienst
Appellant, voormalig beroepspersoneel van de Koninklijke Luchtmacht, kreeg eervol ontslag per 18 augustus 2003 na het niet verlengen van zijn tijdelijke aanstelling. Hij vroeg een WW-uitkering aan en kreeg een loongerelateerde uitkering toegekend. Vervolgens stelde hij aanspraak te maken op een vervolguitkering op grond van het overgangsrecht in artikel 130h WW, omdat zijn ontslagbrief vóór 11 augustus 2003 was uitgereikt.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit af, stellende dat geen sprake was van opzegging maar van het rechtswege aflopen van een tijdelijke aanstelling. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond, en ook de Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel.
De Raad overwoog dat onder opzegging moet worden verstaan de rechtshandeling waarbij de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt, wat in dit geval niet is gebeurd. Appellant voerde nog discriminatie en het vertrouwensbeginsel aan, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd en verworpen. Ook een vermeende toezegging door een Uwv-medewerker kon niet worden vastgesteld.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een vervolguitkering op grond van het overgangsrecht omdat geen sprake is van opzegging van de dienstbetrekking.