ECLI:NL:CRVB:2008:BC3538

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-186 WAZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond die het beroep tegen het besluit van het UWV tot weigering van een WAZ-uitkering ongegrond verklaarde. Het UWV had geweigerd een WAZ-uitkering toe te kennen na afloop van de wettelijke wachttijd van 52 weken, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% werd geschat.

De rechtbank had geoordeeld dat het medische onderzoek door het UWV zorgvuldig en volledig was en dat de geselecteerde functies passend waren, waardoor de waardering van de arbeidsongeschiktheid juist was. Appellante stelde in hoger beroep dat zij voor alle genoemde werkzaamheden minder valide was, onderbouwd met een rapport van een chiropractor.

De Raad oordeelde echter dat het rapport van de chiropractor geen nieuwe feiten bevatte die tot zwaardere beperkingen leidden. De belasting van de geselecteerde functies overschrijdt de belastbaarheid van appellante niet. De vergelijking van het maatmaninkomen met het loon dat zij nog kan verdienen, resulteert in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%, waardoor geen recht op WAZ-uitkering bestaat. Het hoger beroep wordt verworpen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.

Uitspraak

06/186 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 8 december 2005, 05/219 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 25 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft J.L. Roorda hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2007. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. J.J.C. Röttjers.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van het Uwv van 19 januari 2005 (bestreden besluit), waarbij de weigering om aan appellante na afloop van de wettelijke wachttijd van 52 weken per 29 juni 2004 een WAZ-uitkering toe te kennen is gehandhaafd, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het medische onderzoek voldoende zorgvuldig en volledig is geweest en er geen aanleiding is de bevindingen van de artsen van het Uwv in twijfel te trekken. De rechtbank was voorts van oordeel dat de uiteindelijk aan de schatting ten grondslag gelegde functies passend zijn te achten, zodat het Uwv bij het bestreden besluit de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante op de datum in geding juist heeft gewaardeerd.
Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij werkelijk voor alle genoemde werkzaamheden minder valide is. Steun voor dit standpunt meent appellante te vinden in een door haar overgelegd rapport van chiropractor I. Marder D.C. van 19 oktober 2005.
De bezwaarverzekeringsarts G.J.A. van Kasteren - van Delden heeft in haar rapport van 9 februari 2006 geconcludeerd dat uit het rapport van de chiropractor geen nieuwe medische feiten aan het licht komen die zouden dienen te leiden tot het aannemen van zwaardere beperkingen op de datum in geding, 29 juni 2004. De Raad heeft geen aanleiding aan dit zorgvuldig gemotiveerde standpunt te twijfelen.
De Raad is voorts van oordeel dat de belasting van de voor appellante geselecteerde functies haar belastbaarheid niet overschrijdt. Vergelijking van het voor appellante geldende maatmaninkomen met het loon dat zij nog kan verdienen met deze werkzaamheden resulteert in een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%, zodat per einde van de wettelijke wachttijd van 52 weken geen recht op een WAZ-uitkering bestaat.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspaak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden. Deze beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2008.
(get.) J. Brand.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
JL