ECLI:NL:CRVB:2008:BC3983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid rechtbank en proceskosten bij verzoek kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een afwijzing van zijn verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen over 2004. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen. De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve vast dat de rechtbank niet bevoegd was om te oordelen over het beroep, omdat het besluit was genomen op basis van beleidsregels die onder de Invorderingswet 1990 vallen en artikel 8:4 Awb Pro destijds het beroep tegen belastingbesluiten uitsloot.
De Raad verwees naar jurisprudentie dat een beslissing op een kwijtscheldingsverzoek geen belastingrechtelijke beschikking is en dat de burgerlijke rechter bevoegd is voor geschillen over de toepassing van het kwijtscheldingsbeleid. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde deze onbevoegd.
Daarnaast wees de Raad een vergoeding toe voor de verletkosten van appellant voor het bijwonen van zittingen, maar wees vergoeding van kosten voor rechtsbijstand af omdat de gemachtigde een familielid was. De Raad bepaalde dat de gemeente Bergen de proceskosten en griffierechten aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onbevoegdheid en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.