ECLI:NL:CRVB:2008:BC4269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en weigering WAO-uitkering na vernietiging besluit
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen per 5 november 2003. Na vernietiging van het besluit van 1 april 2004 wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, nam het UWV op 28 oktober 2005 een nieuw besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde. Dit besluit werd door de rechtbank vernietigd vanwege onvoldoende transparantie en toetsbaarheid van de geschiktheid van functies voor betrokkene.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het oordeel van de rechtbank over de medische component van het besluit van 1 april 2004 definitief is, omdat betrokkene hiertegen geen hoger beroep heeft ingesteld. Het geschil concentreert zich daarom op de arbeidskundige beoordeling. De Raad stelt vast dat het UWV in hoger beroep nadere toelichting heeft gegeven over de geschiktheid van functies, maar dat deze toelichting niet aan het bestreden besluit ten grondslag lag en niet in de rechtbankprocedure is ingebracht.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep van betrokkene en het UWV geen doel treft, bevestigt de vernietiging van het besluit van 28 oktober 2005 en bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Tevens wordt het griffierecht aan het UWV opgelegd. Betrokkene wordt erop gewezen dat bij wijziging van haar medische situatie een nieuwe aanvraag kan worden ingediend.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene en het UWV wordt afgewezen en de rechtsgevolgen van het besluit van 28 oktober 2005 blijven in stand.