ECLI:NL:CRVB:2008:BC4503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschillen over hoogte en omzetting studiefinancieringsschuld
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van zijn studiefinancieringsschuld en de omzetting daarvan in een lening, zoals vastgesteld door de IB-Groep. De IB-Groep had het recht op studiefinanciering beëindigd per 31 augustus 2003 en een schuld van ruim €83.000 vastgesteld. Appellant betwistte de hoogte van de schuld en de omzetting van de prestatiebeurs in een gift.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad overwoog dat het bericht van de IB-Groep over de schuld geen besluit met rechtsgevolg is en dat bezwaren tegen eerdere besluiten tijdig hadden moeten worden ingediend. De start van de aflosfase werd verschoven vanwege een studieonderbreking.
Het hoger beroep tegen het besluit van 6 januari 2007 werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant geen rechtens te beschermen belang meer had. De IB-Groep werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Een vordering tot schadevergoeding wegens rente werd afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep deels ongegrond verklaard en niet-ontvankelijk, proceskosten en griffierecht toegekend aan appellant.