ECLI:NL:CRVB:2008:BC4904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens appelverbod in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het verzet van appellant ongegrond verklaarde. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat op grond van artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep mogelijk is tegen uitspraken van de rechtbank in verzetzaken.
Appellant voerde aan dat het appelverbod doorbroken zou moeten worden vanwege een vermeende strijdigheid met jurisprudentie van de Hoge Raad en de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft echter bevestigd dat een onjuiste inhoudelijke beoordeling door de rechtbank op zichzelf geen reden is om het appelverbod te doorbreken.
Verder is geoordeeld dat er geen sprake is van een zo ernstige schending van de goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen dat het recht op een eerlijk proces in het geding zou zijn geweest. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om het hoger beroep te behandelen en wees het beroep af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen wegens het appelverbod volgens artikel 8:55 Awb.