ECLI:NL:CRVB:2008:BC5205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking Wajong-uitkering bij verblijf in het buitenland en toepassing hardheidsclausule
Betrokkene verzocht om zijn Wajong-uitkering te mogen exporteren naar Mexico vanwege gezondheidsklachten die verergeren in koudere klimaten. De uitkeringsinstantie beëindigde de uitkering op grond van het exportverbod, waarbij zij geen onbillijkheid van overwegende aard zag die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen.
De rechtbank Breda oordeelde echter dat betrokkene wel degelijk zwaarwegende redenen had, onderbouwd met een verklaring van een neuroloog, en verklaarde het beroep gegrond. De Raad voor de Rechtspraak stelde in hoger beroep vast dat de omstandigheden van betrokkene niet voldeden aan de strikte criteria van de hardheidsclausule zoals neergelegd in het beleidsbesluit.
De Raad overwoog dat het exportverbod uitgangspunt is en dat uitzonderingen alleen in bijzondere, objectief dwingende situaties kunnen worden gemaakt. De medische situatie van betrokkene, hoewel pijnlijk, rechtvaardigt volgens de Raad geen uitzondering. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking blijft in stand.