ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing hardheidsclausule Wajong bij vertrek naar buitenland
Appellant, een jonggehandicapte met een Wajong-uitkering, verzocht het Uwv om de hardheidsclausule toe te passen zodat zijn uitkering niet zou worden beëindigd bij verhuizing naar Griekenland, waar zijn ouders willen remigreren en waarvan hij afhankelijk zou zijn voor verzorging. Het Uwv wees dit verzoek af, stellende dat appellant niet afhankelijk is van zijn ouders en dat er geen noodzaak is voor hun verhuizing.
De rechtbank Utrecht vernietigde het bestreden besluit van het Uwv en verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk, omdat het verzoek zonder concrete verhuisdatum zou zijn en het Uwv-schrijven louter informatief zou zijn. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het schrijven van het Uwv wel degelijk een besluit is in de zin van de Awb, omdat het gericht is op rechtsgevolg. De rechtbank had het besluit ten onrechte vernietigd en het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk verklaard. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en tot terugbetaling van het griffierecht. De zaak betreft de uitleg en toepassing van artikel 17 van Pro de Wajong en de beleidsregels omtrent de hardheidsclausule bij export van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank.