ECLI:NL:CRVB:2008:BC5366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met CBBS-systeem
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo over de herziening van een WAO-uitkering van betrokkene. De uitkering werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 65-80% naar 15-25%. De rechtbank had het bestreden besluit deels vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek en motivatie van de arbeidskundige aspecten, met name over het gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
De rechtbank oordeelde dat het CBBS onvoldoende betrouwbaar was in het signaleren van bijzondere belastingen en overschrijdingen van belastbaarheid binnen functies. De Raad heeft echter geoordeeld dat de aanpassingen aan het CBBS na eerdere uitspraken van de Raad in 2004 en 2006 de fundamentele bezwaren hebben weggenomen. Wel blijft het noodzakelijk dat signaleringen in het systeem goed worden gemotiveerd, wat uiteindelijk in de beroepsfase is gebeurd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit volledig in stand blijven. Hiermee wordt bevestigd dat de arbeidskundige grondslag van het besluit deugdelijk is, ondanks dat de toelichting op de geschiktheid van functies pas laat werd gegeven.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover een nieuw besluit is opgedragen, maar handhaaft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.