ECLI:NL:CRVB:2008:BC5490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand en boete wegens schending inlichtingenplicht met redelijke termijnoverschrijding
Appellant ontving in 1999 een bijstandsuitkering en later een Ziektewet-uitkering (ZW). Het College van B&W Rotterdam herzag in 2003 de bijstand en vorderde onverschuldigde betalingen terug vanwege het niet melden van de ZW-uitkering. Tevens legde het College een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant stelde zich op het standpunt dat hij zijn verplichtingen was nagekomen, maar dit werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en het besluit van het College wegens ondeugdelijke grondslag.
De Raad oordeelde dat de boete verlaagd moest worden tot de hoogte van de bijstandsnorm, gelet op de geldende verordening en omstandigheden. Ook werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, maar dit leidde niet tot verdere sancties. Het College werd veroordeeld in de proceskosten en appellant kreeg vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Boete wegens schending inlichtingenplicht verlaagd tot € 677,46 en besluit vernietigd wegens ondeugdelijke grondslag.