ECLI:NL:CRVB:2008:BC5572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAZ-uitkering en maatmaninkomen zelfstandige met betrekking tot goodwill en referteperiode
Appellant stelde bezwaar tegen het besluit van het UWV om hem geen WAZ-uitkering toe te kennen per 1 december 2004 vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 25%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV een nieuw besluit nam waarin appellant een WAZ-uitkering werd toegekend in de klasse 35 tot 45%.
Appellant maakte bezwaar tegen het nieuwe besluit en voerde aan dat het jaar 2003 ten onrechte niet was meegenomen in de referteperiode voor de berekening van het maatmaninkomen en dat de fiscale afschrijving van goodwill onredelijk was meegenomen. De Raad oordeelde dat het UWV terecht het jaar 2003 niet heeft betrokken vanwege de arbeidsongeschiktheid vanaf 4 december 2003, en dat de fiscale nettowinst, inclusief de afschrijving van goodwill, als uitgangspunt dient.
De Raad bevestigde de vaste jurisprudentie dat de door de fiscus aanvaarde nettowinst bepalend is voor het maatmaninkomen en dat goodwill als aftrekpost niet leidt tot afwijking van deze hoofdregel. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen procesbelang meer had bij de behandeling ervan. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.