ECLI:NL:CRVB:2008:BC5628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering postume AOW-uitkering met terugwerkende kracht van meer dan één jaar
Appellante stelde beroep in tegen de beslissing van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om een postume AOW-uitkering slechts met terugwerkende kracht tot één jaar toe te kennen. Betrokkene, geboren in 1930, werd in 1995 65 jaar en ontving formulieren voor de AOW-aanvraag die niet ingevuld retour kwamen. De Svb heeft meerdere pogingen gedaan contact te leggen, zonder succes. Pas na het overlijden in 2004 diende appellante namens betrokkene de aanvraag in.
De Svb kende de uitkering toe vanaf oktober 2003, maar weigerde terugwerkende kracht van meer dan één jaar te verlenen, omdat het beleid bepaalt dat bij postume aanvragen geen sprake kan zijn van bijzondere hardheid die financiële schade aan de overledene zou compenseren. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verwierp het beroep van appellante.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat artikel 16, tweede lid, AOW terugwerkende kracht tot maximaal één jaar toestaat, met uitzondering van bijzondere gevallen. Bij postume aanvragen kan een gunstige beoordeling van hardheid en bijzonder geval niet ten goede komen aan de overledene zelf. De Svb was daarom niet verplicht ambtshalve de uitkering verder terug te laten lopen.
De Raad concludeerde dat het beleid van de Svb niet in strijd is met het recht en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 21 februari 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de postume AOW-uitkering terecht slechts met terugwerkende kracht tot één jaar is toegekend.