ECLI:NL:CRVB:2008:BC5695

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-926 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 44 WAOArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering na bezwaar en beroep

Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht die het beroep tegen het besluit van het Uwv op bezwaar ongegrond verklaarde. Het Uwv had besloten de WAO-uitkering van appellant te herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid vanaf 1 januari 2004 vast te stellen op 15-25%, met terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering.

Tijdens het hoger beroep bracht appellant geen nieuwe gezichtspunten naar voren, waardoor de Raad de overwegingen en oordelen van de rechtbank onderschrijft. De Raad sluit zich aan bij het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige inzake de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter J. Brand en leden I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen op 22 februari 2008.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

06/926 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 4 januari 2006, 2005/45 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 22 februari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. W.F.C. van Megen, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2007. Appellant is aldaar, zoals tevoren is bericht, niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. J.J.C. Röttjers.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar van het Uwv van 10 december 2004 ongegrond verklaard. Bij genoemd besluit op bezwaar is de beslissing gehandhaafd om de aan appellant toegekende WAO-uitkering te herzien en met ingang van 1 januari 2004 nader vast te stellen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25%, en om in verband daarmee een bedrag aan onverschuldigd betaalde uitkering van appellant terug te vorderen.
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd. Wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gebezigde overwegingen en gegeven oordelen en maakt deze tot de zijne. Met betrekking tot de stelling van appellant dat het Uwv artikel 44 van Pro de WAO had moeten toepassen sluit de Raad zich aan bij hetgeen de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapportage van 23 februari 2006 heeft opgemerkt.
Het voorgaande betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling uit te spreken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2008.
(get.) J. Brand.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
HS