ECLI:NL:CRVB:2008:BC7462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafontslag politiebrigadier wegens verduistering en plichtsverzuim met vuurwerk
Appellant, een politiebrigadier belast met milieu en vuurwerkzaken, werd beschuldigd van het meenemen van in beslag genomen vuurwerk voor eigen gebruik en het verkopen van een 100.000-klapper. Na een tip en een strafrechtelijk onderzoek werd hij buiten functie gesteld en ontslagen op grond van artikel 76 en Pro 77 Barp wegens plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het plichtsverzuim ernstig was en de straf niet onevenredig. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zich niet afdoende kon verantwoorden, dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de straf disproportioneel was gezien de korpscultuur.
De Raad overwoog dat in het ambtenarentuchtrecht ruimere maatstaven gelden voor bewijsgebruik en dat het bewijsmateriaal niet onrechtmatig was. De feiten waren voldoende vastgesteld en vormden een ernstig plichtsverzuim. De cultuur binnen het korps bood geen rechtvaardiging. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen wegens te laat en onvoldoende onderbouwd.
De Raad bevestigde het ontslagbesluit en vond de straf niet onevenredig gezien het ernstige vertrouwen dat appellant had beschaamd. Verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het disciplinaire ontslag van appellant wegens verduistering en plichtsverzuim wordt bevestigd.