ECLI:NL:CRVB:2009:BH6414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Ontslag beroepsmilitair wegens bezit en gebruik van harddrugs bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een beroepsmilitair, werd in 2005 betrapt op het bezit en gebruik van verdovende middelen. Na een transactievoorstel van het Openbaar Ministerie en een interne militaire procedure werd hij ontslagen wegens wangedrag op grond van het Algemeen militair ambtenarenrecht (AMAR).
Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat het accepteren van de transactie geen schuldbekentenis was en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, onder meer met een beroep op artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het ontslagbesluit onterecht wegens onvoldoende grondslag.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad dat het dossier voldoende feiten bevatte, waaronder verklaringen van betrokkene en getuigen, die het bezit van harddrugs aannemelijk maakten. De Raad verwierp het beroep op EVRM artikel 6 omdat Pro het hier geen strafrechtelijke procedure betrof en het bewijs niet onrechtmatig was verkregen.
De Raad concludeerde dat het ontslag niet onevenredig was en bevestigde het besluit tot ontslag. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het ontslag van betrokkene wegens bezit en gebruik van harddrugs wordt bevestigd.