ECLI:NL:CRVB:2008:BC7562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling datum toekenning bijstandsuitkering zonder bijzondere omstandigheden
Appellante heeft op 20 oktober 2005 bij de CWI een aanvraag ingediend voor bijstand met ingang van 1 juni 2005. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch kende bijstand toe vanaf 20 oktober 2005 en wees de aanvraag voor de periode daarvoor af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bevestigd. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt verleend over perioden voorafgaand aan de datum van aanvraag of melding, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Appellante voerde aan dat zij vanwege een verstandelijke handicap niet in staat was eerder een aanvraag te doen, maar de Raad vond dit onvoldoende om van bijzondere omstandigheden te spreken. Ook was niet aangetoond dat zij niet een derde had kunnen inschakelen om namens haar een aanvraag in te dienen.
De Raad zag geen aanleiding om de aangevallen uitspraak te vernietigen en bevestigde het besluit van het College. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf 20 oktober 2005 en niet met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2005 wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.