ECLI:NL:CRVB:2008:BC8243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige beoordeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te verlagen naar een arbeidsongeschiktheid van 15-25% per 24 november 2004. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, maar dat de arbeidskundige motivering ondeugdelijk was. Hoewel de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, liet zij de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betwist appellant de vastgestelde belastbaarheid en de passendheid van de functies, en wijst op verborgen beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad overweegt dat het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige te laat was ingediend, maar dat de rechtbank dit terecht heeft toegelaten zonder schending van het procesbelang van appellant.
De Raad stelt vast dat wijzigingen in het rapport niet zijn toegelicht, waardoor niet is voldaan aan eisen van inzichtelijkheid en toetsbaarheid. Verborgen beperkingen in de FML zijn onjuist verwerkt, en het nieuwe Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) vereist dat alle signaleringen van mogelijke overschrijding van belastbaarheid van een afzonderlijke toelichting worden voorzien.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en dient het griffierecht te worden vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.