ECLI:NL:CRVB:2008:BC8619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering na vertrek uit gemeente zonder belangenafweging
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder. Nadat zij op 23 juni 2005 haar woning wegens een gedwongen ontruiming had verlaten en naar België was vertrokken, trok het College de bijstand per die datum in. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging.
De Raad stelt vast dat het College de bijstand heeft ingetrokken vanaf 23 juni 2005 zonder de intrekking te beperken tot een bepaalde periode. De beoordeling betreft daarom de periode van 23 juni tot en met 4 juli 2005. Volgens vaste rechtspraak bepaalt de woonplaats het recht op bijstand. Appellante had vanaf 23 juni 2005 haar woonplaats niet meer in de gemeente Sluis, ook al was het vertrek gedwongen en had zij de intentie terug te keren.
Het College heeft echter nagelaten een belangenafweging te maken bij de intrekking, terwijl appellante dit vanaf de bezwaarfase herhaaldelijk had aangegeven. De Raad oordeelt dat het College daardoor niet redelijkerwijs van de bevoegdheid tot intrekking gebruik heeft gemaakt. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor de uitspraak wordt vernietigd.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 2 januari 2006 en beveelt het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak, inclusief een belangenafweging en beleidsuitspraak. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens het ontbreken van een belangenafweging.