ECLI:NL:CRVB:2008:BC8677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het arbeidskundige gedeelte van het besluit vernietigd wegens onvoldoende transparantie en toetsbaarheid van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). De rechtbank gaf opdracht tot een nieuw besluit op bezwaar met aandacht voor de passendheid van de functie van productiemedewerker textiel.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de arbeidskundige component geen zelfstandig deelbesluit vormt en dat het besluit tot intrekking niet in zoverre vernietigd kan worden. De Raad vindt dat het UWV in de rapporten van juni 2006 en mei 2007 voldoende heeft gemotiveerd waarom de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden.
Daarom vernietigt de Raad de aangevallen uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit, maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.