ECLI:NL:CRVB:2008:BC8701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Korting en terugvordering WAZ-uitkering wegens vrijval fiscale oudedagsreserve
Betrokkene, een zelfstandige melkveehouder en varkens- en kalvermester, ontving sinds 1998 een WAZ-uitkering. In 2002 bedroeg zijn fiscale nettowinst €10.152, inclusief een vrijval van de fiscale oudedagsreserve (FOR) van €17.221. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, corrigeerde de uitkering op grond van deze inkomsten en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat de vrijval van de FOR niet als inkomsten uit arbeid mocht worden aangemerkt, omdat de wijziging in de Wet op de Inkomstenbelasting per 1 januari 2001 dit niet beoogde en de vrijval niet vrijwillig was gekozen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herzag de terugvordering.
De Raad stelde in hoger beroep vast dat volgens vaste rechtspraak de fiscale nettowinst, inclusief de vrijval van de FOR, als inkomsten uit arbeid moet worden beschouwd, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. Geen bijzondere omstandigheden waren aanwezig. De wijziging van de regelgeving door de wetgever rechtvaardigt geen afwijking. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde WAZ-uitkering wegens vrijval van de fiscale oudedagsreserve is terecht.