ECLI:NL:RBZLY:2009:BK8898
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijval fiscale oudedagsreserve leidt niet tot kennelijk onredelijk resultaat in AOW-toeslag
Eiser, een zelfstandig melkveehouder, ontving een toeslag op zijn AOW vanwege een partner jonger dan 65 jaar. Verweerder wijzigde de toeslag over 2007 omdat de inkomsten van de partner, inclusief de vrijval van de fiscale oudedagsreserve (FOR), hoger waren dan eerder aangenomen. Eiser betoogde dat het meenemen van de vrijval van de FOR tot een kennelijk onredelijk resultaat leidde, mede omdat de FOR vóór 2001 was gevormd en in de maand van de 65e verjaardag van zijn partner vrijviel.
De rechtbank stelde vast dat de vrijval van de FOR als inkomsten uit arbeid moet worden aangemerkt en dat dit punt niet langer in geschil was. Het geschil betrof of verweerder had moeten afwijken van de standaard inkomensvaststelling op grond van artikel 10 van Pro het Inkomensbesluit AOW vanwege een kennelijk onredelijk resultaat.
De rechtbank oordeelde dat de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, hoewel gericht op de WAZ, ook van toepassing is op de AOW. De vrijval van de FOR maakt onderdeel uit van de fiscale nettowinst en moet daarom worden meegenomen. Het feit dat de FOR vóór 2001 is opgebouwd en in de maand van de 65e verjaardag van de partner vrijviel, leidt niet tot een kennelijk onredelijk resultaat.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de AOW-toeslag vanwege de vrijval van de fiscale oudedagsreserve is ongegrond verklaard.