ECLI:NL:CRVB:2008:BC8940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen naar gehuwdennorm bij vermeende gezamenlijke huishouding in Spanje
Betrokkene ontving vanaf 1994 een ouderdomspensioen volgens de norm voor ongehuwden. Appellant, de Sociale verzekeringsbank, besloot in 2005 het pensioen te herzien naar de gehuwdennorm over de periode juni 1996 tot februari 2002, omdat werd aangenomen dat betrokkene en overledene een gezamenlijke huishouding voerden. Betrokkene en overledene woonden echter op verschillende adressen in Spanje, en betrokkene gaf aan een LAT-relatie te hebben gehad.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep gegrond wegens onzorgvuldige besluitvorming en schortte het herzieningsbesluit op. De Raad bevestigt dit oordeel en vernietigt het besluit tot handhaving van de herziening. De Raad overweegt dat appellant de bewijslast draagt om aan te tonen dat sprake was van feitelijke samenwoning, wat niet aannemelijk is gemaakt. Diverse documenten, waaronder verklaringen en certificaten, zijn tegenstrijdig of niet relevant.
De Raad herroept het primaire herzieningsbesluit en laat het aan appellant over de gevolgen voor terugvordering en informatieverstrekking. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 april 2008.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van het ouderdomspensioen wegens vermeende gezamenlijke huishouding wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.