ECLI:NL:CRVB:2008:BC9259
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende draagkrachtige motivering
Appellanten ontvingen vanaf 1996 bijstand en werden geconfronteerd met intrekkings- en terugvorderingsbesluiten van het College wegens het niet volledig verstrekken van informatie over hun vermogen en inkomen. Het College baseerde zijn besluiten mede op bankgegevens waaruit bleek dat appellanten een saldo boven de vermogensgrens hadden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden, waardoor het recht op bijstand over een deel van de periode niet kan worden vastgesteld. Voor een andere periode kan het recht op bijstand wel worden vastgesteld en blijkt dat appellanten geen recht hadden vanwege het vermogen boven de vermogensgrens.
De Raad vernietigt de besluiten voor zover deze zien op de intrekking over de periode van 6 februari 2001 tot en met 11 april 2004 wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen van deze vernietigde besluiten in stand. Ook het besluit tot weigering van bijzondere bijstand wordt vernietigd omdat appellant geen recht had op bijzondere bijstand gezien zijn draagkracht. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand en weigering van bijzondere bijstand worden vernietigd wegens onvoldoende draagkrachtige motivering, met in standlating van de rechtsgevolgen.