ECLI:NL:CRVB:2008:BC9331

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-7316 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WWB
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering blijvende ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijstand

Appellant, een bijstandsgerechtigde, verzocht het College van burgemeester en wethouders van Maastricht om een blijvende ontheffing van de arbeidsverplichtingen zoals opgenomen in artikel 9, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College verleende aanvankelijk een tijdelijke vrijstelling tot de eerstvolgende doelmatigheidscontrole, maar wees een blijvende ontheffing af. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures bevestigde de rechtbank dit besluit.

In hoger beroep betoogde appellant dat hij geen ontheffing nodig had omdat hij geen structureel benutbare mogelijkheden had om aan het arbeidsproces deel te nemen, en dat hij daarom permanent of ten minste tijdelijk voor de resterende bijstandsperiode vrijgesteld moest worden van de arbeidsverplichtingen. De Raad overwoog dat het College periodiek moet heronderzoeken of de verplichtingen opnieuw aan de bijstand moeten worden verbonden of dat ontheffingen voortgezet, ingetrokken of gewijzigd moeten worden.

Een ontheffing zonder tijdsbepaling is niet toegestaan omdat dit in strijd zou zijn met de wettelijke systematiek. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de gevallen van permanente ontheffing in het verleden niet vergelijkbaar waren met de situatie van appellant. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot blijvende ontheffing van arbeidsverplichtingen wordt bevestigd.

Uitspraak

06/7316 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 17 november 2006, 06/800 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (hierna: College)
Datum uitspraak: 8 april 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E. Everhard, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2008. Voor appellant is verschenen mr. R.W.C. Vranken, advocaat te Maastricht. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.B.W. Heuts, werkzaam bij de gemeente Maastricht.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Appellant ontvangt bijstand, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Hij heeft het College verzocht hem blijvend te ontheffen van de in artikel 9, eerste lid, van de WWB opgenomen verplichtingen. Bij besluit van 8 november 2004 heeft het College aan appellant medegedeeld dat hij, onder toepassing van artikel 9, tweede lid, van de WWB, vooralsnog tot aan de eerstvolgende doelmatigheidscontrole is vrijgesteld van de verplichtingen van artikel 9, eerste lid, van de WWB. Het bezwaar tegen dit besluit is bij besluit van 9 december 2004 ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 9 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 9 december 2004 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Bij besluit van 23 januari 2006 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 8 november 2004 andermaal ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 23 januari 2006 ongegrond verklaard.
Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Appellant meent dat hij, nu er voor hem geen structureel benutbare mogelijkheden zouden zijn om aan het arbeidsproces deel te nemen, in het geheel geen ontheffing als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de WWB nodig heeft. Daarnaast is appellant van mening dat hij permanent dan wel in ieder geval tijdelijk, voor de resterende duur van de bijstandsperiode, vrijgesteld dient te worden van de verplichtingen genoemd in artikel 9, eerste lid, van de WWB.
De Raad volgt appellant hierin niet. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 2 januari 2008, LJN BC1108) zal het College bij heronderzoeken periodiek moeten bezien of, en zo ja in hoeverre, er aanleiding is om de in artikel 9, eerste lid, van de WWB vermelde verplichtingen (opnieuw) aan de bijstand te verbinden of om voor een bepaalde periode reeds verleende ontheffingen van deze verplichtingen voort te zetten, in te trekken of te wijzigen. Een besluit om deze verplichtingen voorgoed niet aan een belanghebbende op te leggen of om zonder tijdsbepaling ontheffing te verlenen van deze verplichtingen, zou daarmee in strijd zijn. Dit betekent dat ook de stelling van appellant dat hij voor de resterende bijstandsperiode vrijgesteld dient te worden van de meergenoemde verplichtingen niet kan worden gevolgd. Een dergelijke vrijstelling zou immers neerkomen op een vrijstelling zonder tijdsbepaling.
Het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel slaagt evenmin. Ter zitting van de rechtbank heeft het College in voldoende mate onderbouwd dat de gevallen waarin in het verleden een permanente ontheffing is verleend, niet met de situatie van appellant zijn te vergelijken. Van ongelijke behandeling van gelijke gevallen is dan ook geen sprake.
Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en A.B.J. van der Ham en J.N.A. Bootsma als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 april 2008.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) W. Altenaar.
RB