ECLI:NL:CRVB:2008:BC9331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering blijvende ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijstand
Appellant, een bijstandsgerechtigde, verzocht het College van burgemeester en wethouders van Maastricht om een blijvende ontheffing van de arbeidsverplichtingen zoals opgenomen in artikel 9, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College verleende aanvankelijk een tijdelijke vrijstelling tot de eerstvolgende doelmatigheidscontrole, maar wees een blijvende ontheffing af. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures bevestigde de rechtbank dit besluit.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij geen ontheffing nodig had omdat hij geen structureel benutbare mogelijkheden had om aan het arbeidsproces deel te nemen, en dat hij daarom permanent of ten minste tijdelijk voor de resterende bijstandsperiode vrijgesteld moest worden van de arbeidsverplichtingen. De Raad overwoog dat het College periodiek moet heronderzoeken of de verplichtingen opnieuw aan de bijstand moeten worden verbonden of dat ontheffingen voortgezet, ingetrokken of gewijzigd moeten worden.
Een ontheffing zonder tijdsbepaling is niet toegestaan omdat dit in strijd zou zijn met de wettelijke systematiek. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de gevallen van permanente ontheffing in het verleden niet vergelijkbaar waren met de situatie van appellant. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot blijvende ontheffing van arbeidsverplichtingen wordt bevestigd.