ECLI:NL:CRVB:2008:BD9232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot vrijwillige AOW-verzekering na overschrijding aanmeldingstermijn
Appellant, een in Nederland werkzame Marokkaanse werknemer die in 1985 arbeidsongeschikt werd en terugkeerde naar Marokko, verzocht in 2003 om toelating tot de vrijwillige AOW-verzekering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit omdat de aanmelding niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering was gedaan.
De rechtbank bevestigde deze weigering, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant destijds niet kon worden verweten dat hij zich niet had aangemeld, mede omdat hij in afwachting was van een WAO-uitkering en de Svb hierover was geïnformeerd. Tevens was appellant niet geïnformeerd over de wijziging per 1 januari 2000 die de verplichte verzekering voor buiten Nederland wonenden beëindigde.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt de Svb een nieuw besluit te nemen, waarbij appellant alsnog in aanmerking kan komen voor de vrijwillige verzekering. Tevens wordt de Svb veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en beveelt de Sociale verzekeringsbank een nieuw besluit te nemen waarin appellant alsnog kan worden toegelaten tot de vrijwillige AOW-verzekering.