ECLI:NL:CRVB:2008:BD0039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging forfaitaire proceskostenvergoeding bij onnodig gevoerd beroep tegen UWV-besluiten
Appellante stelde dat het UWV haar onnodig in een beroepsprocedure heeft gebracht door ten onrechte correctie- en boetenota's op te leggen en deze besluiten later te herroepen. De rechtbank had het UWV veroordeeld tot een forfaitaire proceskostenvergoeding van €644. Appellante vorderde vergoeding van de volledige gemaakte kosten.
De Raad overwoog dat het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) een forfaitaire vergoeding voorschrijft, met uitzondering van bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Hoewel het UWV erkende dat appellante ten onrechte als werkgever was aangemerkt, waren de gemaakte kosten niet uitzonderlijk hoog en was er geen sprake van onrechtmatige informatieverstrekking of andere bijzondere omstandigheden.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht volstond met een forfaitaire vergoeding en dat het hoger beroep niet slaagt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De forfaitaire proceskostenvergoeding wordt bevestigd; geen volledige kostenvergoeding toegekend.