ECLI:NL:CRVB:2008:BD0050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag na personeelsfeest
Appellant was sinds 1992 in dienst bij een werkgever en werd op staande voet ontslagen vanwege seksuele intimidatie of anderszins ongepast gedrag jegens een vrouwelijke collega na een personeelsfeest. Het ontslag werd later omgezet in ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Appellant vroeg een WW-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze blijvend omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. Volgens het UWV had appellant zonder toestemming de hotelkamer van zijn slapende collega betreden, was bij haar in bed gaan liggen en had seksuele handelingen verricht, wat redelijkerwijs tot ontslag kon leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het gedrag grensoverschrijdend en verwijtbaar was, ook gezien de gezagsverhouding en het feit dat het voorval plaatsvond tijdens een door de werkgever georganiseerd personeelsfeest.
Appellant stelde in hoger beroep dat het gedrag niet verwijtbaar was omdat het privé plaatsvond en de collega ermee had ingestemd. De Centrale Raad van Beroep verwierp dit en bevestigde dat het gedrag verwijtbaar was en dat de uitkering terecht was geweigerd.
De Raad benadrukte dat het gedrag het vertrouwen in de samenwerking onder druk zette en dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos zijn door ongepast gedrag jegens een collega.