ECLI:NL:CRVB:2008:BD0295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onzorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig support engineer, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering wegens RSI-klachten. Het UWV herzag haar uitkering meerdere keren, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid varieerde. In 2004 werd zij onderzocht door een verzekeringsarts in opleiding, waarna een herziening plaatsvond naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard na dossieronderzoek door een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank stelde later vast dat de mate van arbeidsongeschiktheid 55-65% bedroeg en vernietigde het bezwaarbesluit.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat het door een arts in opleiding was uitgevoerd en het bezwaaronderzoek slechts dossieronderzoek betrof. De Raad oordeelde dat een onderzoek door een arts in opleiding onvoldoende kwaliteit waarborgt en dat dit gebrek niet in de bezwaarfase was hersteld. Het dossieronderzoek was onvoldoende gemotiveerd en er ontbrak actuele medische informatie. Daarom werd het besluit van 20 juli 2006 vernietigd wegens strijd met de Awb.
De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan de geschiktheid van functies gezien de RSI-beperkingen van appellante. Het verzoek om wettelijke rente werd afgewezen, maar het UWV moet hierop in het nieuwe besluit ingaan. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van het UWV vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek, met opdracht tot nieuw besluit op bezwaar.