ECLI:NL:CRVB:2009:BH2310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens bevoegdheidsgebrek en inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand van 21 november 2001 tot en met 31 december 2003. Tijdens een politieonderzoek in 2004 werd in haar woning een hennepkwekerij aangetroffen. Appellante verklaarde de kwekerij te gebruiken voor eigen gebruik en gaf geen melding aan het bestuursorgaan. Het dagelijks bestuur van de Regionale Sociale Dienst Pentasz Mergelland trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het dagelijks bestuur niet bevoegd was tot het nemen van het besluit; die bevoegdheid lag bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Vaals. Daarom vernietigde de Raad het besluit wegens strijd met de wet, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van de hennepkwekerij, die door haar omvang niet als uitsluitend eigen gebruik kon worden aangemerkt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellante recht had op bijstand. Het College was bevoegd tot intrekking en terugvordering van de bijstand. De Raad veroordeelde het dagelijks bestuur in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens bevoegdheidsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege schending van de inlichtingenverplichting.