ECLI:NL:CRVB:2008:BD1889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Geen continuering studiefinanciering wegens schending vertrouwensbeginsel
Appellant kreeg studiefinanciering toegekend voor hoger onderwijs in 1996 en opnieuw vanaf september 2003 voor een bacheloropleiding. De IB-Groep weigerde de studiefinanciering te continueren na 31 augustus 2006, verwijzend naar artikel 2.13 van de Wet studiefinanciering 2000.
Appellant voerde aan dat hem mondeling en schriftelijk was verzekerd dat hij recht had op 71 maanden studiefinanciering en dat hij niet was geïnformeerd over de tienjaarstermijn. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete toezeggingen kon aantonen en dat de vermelding van 71 maanden slechts het resterende maximale recht betrof, zonder afbreuk te doen aan de wettelijke termijn.
De Raad stelde verder dat onvolledige voorlichting niet leidt tot een rechtens relevante toezegging. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De studiefinanciering wordt niet voortgezet na 31 augustus 2006 wegens toepassing van artikel 2.13 WSF 2000 en geen schending van het vertrouwensbeginsel.