ECLI:NL:CRVB:2008:BG8394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging studiefinanciering na verstrijken tienjarentermijn
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het besluit van de IB-Groep tot beëindiging van haar studiefinanciering per 1 september 2006 handhaafde. De rechtbank had geoordeeld dat de tienjarentermijn was verstreken vanaf het moment dat appellante voor het eerst studiefinanciering ontving voor hoger onderwijs.
Appellante voerde aan dat de terugbetaling van studiefinanciering van belang was en dat de faciliteiten voor dertigjarigen niet gefrustreerd mochten worden door de tienjarenregel. Ook stelde zij dat een telefonisch gegeven toezegging door de IB-Groep bindend was.
De Raad overweegt dat deze argumenten een herhaling zijn van eerdere bezwaren en sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. De Raad benadrukt dat terugbetaling van studiefinanciering geen reden is om de wettelijke bepalingen niet toe te passen en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor het naast elkaar bestaan van de tienjarenregel en de faciliteiten voor dertigjarigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de studiefinanciering per 1 september 2006 bevestigd.