ECLI:NL:CRVB:2008:BD1924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Ontvangstvereiste bij aanvraag tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
Betrokkene diende op 15 augustus 2005 een aanvraag in voor een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten, maar appellante ontkende ontvangst van deze aanvraag voor 3 maart 2006. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag geacht moest worden op 16 augustus 2005 te zijn ontvangen, omdat betrokkene de aanvraag per post had verzonden en het niet aankomen niet in zijn risicosfeer viel.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel vernietigd. De Raad stelde dat een aanvraag pas is ingediend zodra deze door het bevoegde bestuursorgaan is ontvangen, en dat de aanvrager het risico draagt als niet kan worden vastgesteld dat de aanvraag is ontvangen. Betrokkene slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de aanvraag eerder dan 3 maart 2006 door appellante was ontvangen.
De Raad overwoog dat de rechtspraak die geldt voor verzending van besluiten niet zonder meer van toepassing is op aanvragen. De Raad concludeerde dat het niet aankomen van de aanvraag bij appellante voor rekening van betrokkene komt, omdat hij ervoor koos de aanvraag per gewone post te verzenden.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat de aanvraag eerder dan 3 maart 2006 door appellante is ontvangen.