ECLI:NL:CRVB:2008:BD2246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing urenbeperking
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 31 augustus 2004 in te trekken. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond op basis van medische rapportages en arbeidsdeskundige beoordelingen die geen urenreductie rechtvaardigden.
In hoger beroep stelde appellante dat onterecht geen urenbeperking was aangenomen en uit preventief oogpunt een urenbeperking noodzakelijk was. Tevens bekritiseerde zij het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) van het UWV vanwege gebrek aan transparantie en toetsbaarheid.
De Raad overwoog dat de medische en arbeidsdeskundige onderzoeken voldoende waren onderbouwd en dat de aangevoerde bezwaren tegen het CBBS niet tot een ander oordeel leidden. Wel oordeelde de Raad dat het rapport van 5 maart 2008, waarin de arbeidsdeskundige de functiebelasting nader toelichtte, het besluit alsnog voldoende onderbouwde.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.