ECLI:NL:CRVB:2008:BD3710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks verzoek tot heroverweging
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede om terug te komen op een eerder genomen besluit tot terugvordering van bijstand die aan zijn moeder was verleend. Het College had op grond van artikel 59 WWB Pro een bedrag van €36.091,40 van appellant teruggevorderd omdat hij als minderjarige deel uitmaakte van het gezin waarvoor de bijstand werd verleend.
Het verzoek van appellant om heroverweging werd afgewezen omdat hij geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant stelde dat het besluit evident onjuist was en dat de strikte uitleg van artikel 4:6 Awb Pro in strijd was met het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat het besluit van 31 mei 2005 onherroepelijk was geworden en dat het verzoek om terug te komen niet kon worden gehonoreerd. De Raad benadrukte dat het feit dat appellant destijds minderjarig was en geen partij was in de eerdere procedure geen nieuw feit is. Ook het feit dat beslag was gelegd op zijn inkomen was niet voldoende om het College te dwingen het besluit te herzien.
De Raad verwierp de grieven over het vertrouwen en rechtszekerheidsbeginsel, omdat appellant tijdig bezwaar had kunnen maken. De strikte uitleg van het begrip nova in artikel 4:6 Awb Pro is volgens vaste jurisprudentie niet in strijd met het recht op een eerlijk proces. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terug te komen op het terugvorderingsbesluit wordt afgewezen.