ECLI:NL:CRVB:2017:2716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek bij ontbreken nieuwe feiten in bijstandszaak
Appellant ontving bijstand vanaf april 2014, maar het college beëindigde deze met terugwerkende kracht per maart 2015 wegens het niet wonen op het opgegeven adres. Appellant diende bezwaar in, dat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de termijn. Vervolgens verzocht appellant om herziening op basis van nieuwe verklaringen die het college niet als nieuwe feiten erkende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de nieuwe verklaringen wel degelijk nieuwe feiten zijn, zodat het college had moeten terugkomen op het besluit. De Raad oordeelde dat de nieuwe verklaringen feitelijk aanpassingen zijn van eerder afgelegde verklaringen die tijdens de bezwaarprocedure ingebracht hadden kunnen worden.
De Raad benadrukt dat een strikte uitleg van artikel 4:6 Awb Pro noodzakelijk is en niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces. Ook oordeelt de Raad dat het besluit van het college niet evident onredelijk is. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft het besluit tot beëindiging van de bijstand in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van bijstand blijft in stand.