ECLI:NL:CRVB:2008:BD3719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor vervanging linker endoprothese en liften rechter mamma na mammareconstructie
Appellante onderging in september 2000 een mammareconstructie na een ductaal carcinoom in situ van de linker borst. In december 2003 vroeg zij toestemming aan CZ voor het vervangen van de linker endoprothese en het liften van de rechter mamma. CZ wees deze aanvraag in januari 2004 af en verklaarde het bezwaar ongegrond in september 2004, stellende dat geen sprake was van verminking of aantoonbare lichamelijke functiestoornissen zoals vereist volgens de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet.
De Centrale Raad van Beroep toetste het besluit aan de Ziekenfondswet, die per 1 januari 2006 was ingetrokken, en beriep zich op vaste jurisprudentie dat aanspraak bestaat op voortgezette behandeling die het beoogde resultaat van een eerdere behandeling alsnog bewerkstelligt. Een medisch deskundige, dr. Kappel, concludeerde dat de aangevraagde behandeling inderdaad een voortgezette behandeling is en een redelijkerwijs haalbaar resultaat nastreeft.
CZ voerde aan dat het oorspronkelijke resultaat behaald was en dat een perfect resultaat niet verwacht kon worden, maar de Raad vond dit niet doorslaggevend. De Raad oordeelde dat de aanvraag een voortgezette behandeling betreft en dat CZ de toestemming niet had mogen weigeren. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het eerdere besluit van CZ en verleende de gevraagde toestemming. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend aan appellante.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit van CZ en verleent toestemming voor de vervanging van de linker endoprothese en het liften van de rechter mamma.