ECLI:NL:CRVB:2008:BD3727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking bijstand en terugvordering levensverzekeringspolis
Appellant, eigenaar van een woning met een aflossingsvrije hypotheek en levensverzekeringspolis, ontving bijstand die deels als lening werd verstrekt. Na uitkering van de polis en gedeeltelijke aflossing van de hypotheek, werd de bijstand ingetrokken wegens toereikende middelen. De rechtbank oordeelde dat de bijstand terecht was ingetrokken, maar dat de terugvordering onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het besluit.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat het bedrag van € 20.000,- dat op een rekening van appellant werd gestort, als vermogen moet worden gerekend en dat appellant daarom niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De bijstand was volgens de wet als lening verstrekt, ook na omzetting van de Abw naar de WWB, ondanks het ontbreken van een krediethypotheek na 1 augustus 2004.
De Raad oordeelde dat het College ten onrechte het terugvorderingsbesluit van 7 november 2007 handhaafde op grond van artikel 58 WWB Pro, omdat die bepaling geen rechtsgrond biedt voor terugvordering van de leningkosten in deze situatie. Het beroep tegen dat besluit werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De proceskosten werden aan het College opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd en het terugvorderingsbesluit vernietigd wegens ontbrekende rechtsgrond.