ECLI:NL:CRVB:2009:BH2463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkings- en terugvorderingsbesluit bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 1995 bijstand en werd onderzocht nadat bleek dat hij meerdere autokentekens op zijn naam had, waarvan hij de auto's verkocht. Het College trok de bijstand in over bepaalde periodes en vorderde terugbetaling wegens onvoldoende duidelijkheid over inkomsten uit de verkoop.
De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit over de verlaging van de bijstand. In hoger beroep beperkte appellant zich tot de intrekking en terugvordering over de genoemde periodes.
De Raad oordeelde dat appellant inkomsten had kunnen ontvangen tijdens de maanden waarin kentekenregistraties werden beëindigd en dat hij daardoor zijn inlichtingenverplichting had geschonden. Buiten die maanden was er echter onvoldoende grond om het recht op bijstand te ontkennen. Het terugvorderingsbesluit werd als ondeelbaar beschouwd en geheel vernietigd.
De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij de intrekking over niet-uitgezonderde maanden in stand kan blijven. De uitspraak werd op 20 januari 2009 gedaan door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt deels vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.