ECLI:NL:CRVB:2008:BD7004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Inkomsten uit arbeid als vrijwillig politieambtenaar verminderen IOAZ-uitkering
Appellant, werkzaam als vrijwillig politieambtenaar, ontving een IOAZ-uitkering. Aanvankelijk werden de vergoedingen voor zijn werkzaamheden niet op de uitkering in mindering gebracht. Het College besloot dit vanaf 1 oktober 2006 wel te doen, wat door appellant werd aangevochten.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de inkomsten uit de vrijwillige politiearbeid wel degelijk als opbrengst uit arbeid moeten worden gezien en op de IOAZ-uitkering in mindering gebracht moeten worden.
Hoewel appellant stelde dat er sprake was van kosten die de vergoeding zouden compenseren, achtte de Raad dit niet aannemelijk. Verder bevestigde de Raad dat de vrijwillige politieambtenaar in een publiekrechtelijke dienstbetrekking staat, maar geen werknemer is in de zin van de Wfsv. Dit betekent dat artikel 4 van Pro het Inkomensbesluit IOAW van toepassing is, waarbij artikel 16 van Pro de Wfsv van overeenkomstige toepassing is.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de inkomsten uit arbeid als vrijwillig politieambtenaar in mindering worden gebracht op de IOAZ-uitkering.